EASA-basisverordening#
Hoofdstuk I [Beginselbepalingen]#
Artikel 1 Bv [Onderwerp en doelstellingen]#
- De belangrijkste doelstelling van deze verordening is de totstandbrenging en instandhouding van een hoog, uniform veiligheidsniveau in de burgerluchtvaart in de Unie.
- Deze verordening heeft voorts tot doel:
- een bijdrage te leveren aan het ruimere luchtvaartbeleid van de Unie en aan de verbetering van de algehele prestaties van de burgerluchtvaartsector;
- het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal op de onder deze verordening vallende gebieden te faciliteren, een gelijk speelveld tot stand te brengen voor alle actoren op de interne luchtvaartmarkt en het concurrentievermogen van de luchtvaartsector van de Unie te verbeteren;
- bij te dragen tot een hoog, uniform niveau van milieubescherming;
- op de onder deze verordening vallende gebieden, het wereldwijd verkeer van goederen, diensten en personeel te faciliteren door het tot stand brengen van een passende samenwerking met derde landen en hun luchtvaartautoriteiten, en door het wederzijds aanvaarden van certificaten en andere desbetreffende documenten te bevorderen;
- kostenefficiëntie te bevorderen, onder meer door het vermijden van overlapping, en doelmatigheid in de regelgevings- en certificerings- en toezichtsprocessen te bevorderen en op doeltreffende wijze gebruik te maken van gerelateerde hulpmiddelen op het niveau van de Unie en op het nationale niveau;
- op de onder deze verordening vallende gebieden bij te dragen tot het bereiken en in stand houden van een hoog uniform niveau van beveiliging in de burgerluchtvaart;
- de lidstaten te helpen, op de onder deze verordening vallende gebieden, bij het uitoefenen van hun rechten en het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Chicago, door waar nodig te zorgen voor een gemeenschappelijke interpretatie en een eenvormige en tijdige tenuitvoerlegging van de bepalingen van dat verdrag;
- wereldwijd de standpunten van de Unie inzake normen en voorschriften op het gebied van de burgerluchtvaart te promoten door het tot stand brengen van passende samenwerking met derde landen en internationale organisaties;
- onderzoek en innovatie te stimuleren, onder meer op het gebied van de regelgevings-, certificerings- en toezichtsprocessen;
- op de onder deze verordening vallende gebieden, technische en operationele interoperabiliteit te bevorderen en de administratieve beste praktijken te delen;
- bij te dragen tot vertrouwen van de passagiers in een veilige burgerluchtvaart.
- De in leden 1 en 2 uiteengezette doelstellingen zullen onder meer worden bereikt door:
- het voorbereiden, vaststellen en uniform toepassen van alle noodzakelijke handelingen;
- maatregelen te nemen om de veiligheidsnormen te verbeteren;
- ervoor te zorgen dat de verklaringen en certificaten die zijn afgegeven in overeenstemming met deze verordening en met de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen geldig zijn en erkend worden in de hele Unie, zonder verdere voorwaarden;
- in overleg met normaliserings- en andere organen uit de sector gedetailleerde technische normen te ontwikkelen voor de naleving van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, voor zover van toepassing;
- een onafhankelijk Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (het ‘Agentschap’) op te richten;
- de uniforme uitvoering van alle noodzakelijke handelingen door de nationale bevoegde autoriteiten en het Agentschap in het kader van hun respectieve bevoegdheidsdomeinen;
- het verzamelen, analyseren en uitwisselen van informatie ter ondersteuning van empirisch onderbouwde besluitvorming;
- bewustmakings- en promotie-initiatieven te ondernemen, met inbegrip van opleiding, communicatie en verspreiding van relevante informatie.
Artikel 2 Bv [Toepassingsgebied]#
- Deze verordening is van toepassing op:
- het ontwerpen en produceren van producten, onderdelen en apparatuur om een luchtvaartuig op afstand te bedienen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon onder toezicht van het Agentschap of een lidstaat, voor zover dit niet onder b) valt;
- het ontwerp, de productie, het onderhoud en de vluchtuitvoering met luchtvaartuigen, en hun motoren, propellers, onderdelen, niet-geïnstalleerde apparatuur en apparatuur om een luchtvaartuig op afstand te bedienen, voor zover het luchtvaartuig:
- geregistreerd is of zal worden in een lidstaat, tenzij en voor zover de lidstaat zijn toezichtsverantwoordelijkheden uit hoofde van het Verdrag van Chicago heeft overgedragen aan een derde land en vluchten met luchtvaartuigen worden uitgevoerd door een luchtvaartuigexploitant uit een derde land;
- geregistreerd is of zal worden in een derde land en vluchten met het luchtvaartuig worden uitgevoerd door een luchtvaartuigexploitant die is gevestigd, verblijft of een hoofdkantoor heeft op het grondgebied waarop de Verdragen van toepassing zijn;
- een onbemand luchtvaartuig is, dat in een lidstaat noch in een derde land is of zal worden geregistreerd en waarmee vluchten worden uitgevoerd op het grondgebied waarop de Verdragen van toepassing zijn door een luchtvaartuigexploitant die is gevestigd, verblijft of een hoofdkantoor heeft op dat grondgebied;
- de uitvoering van vluchten naar, binnen of vanuit het grondgebied waarop de Verdragen van toepassing zijn door een luchtvaartuigexploitant uit een derde land;
- het ontwerpen, produceren, onderhouden en opereren met veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartterreinen die wordt gebruikt of bestemd is om te worden gebruikt op de onder e) bedoelde luchtvaartterreinen, en het verlenen van grondafhandelingsdiensten en AMS op die luchtvaartterreinen;
- het ontwerpen, onderhouden en exploiteren van luchtvaartterreinen, met inbegrip van de op die luchtvaartterreinen gebruikte veiligheidsgerelateerde apparatuur, die gevestigd zijn op het grondgebied waarop de Verdragen van toepassing zijn, en die:
- openstaan voor publiek gebruik;
- commercieel luchtvervoer bedienen, en
- beschikken over een verharde instrumentbaan van ten minste 800 m, of uitsluitend worden gebruikt voor helikopters met instrumentnaderings- of vertrekprocedures;
- het beschermen van de omgeving van de onder e) bedoelde luchtvaartterreinen, onverminderd het recht van de Unie en van de lidstaten inzake milieubescherming en ruimtelijke ordening;
- het verlenen van ATM/ANS in het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het ontwerpen, produceren, onderhouden en exploiteren van systemen en componenten die worden gebruikt bij het verlenen van deze ATM/ANS;
- Deze verordening is ook van toepassing op het personeel en de organisaties die betrokken zijn bij de in lid 1 bedoelde activiteiten.
- Deze verordening is niet van toepassing op:
- luchtvaartuigen en hun motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur en apparatuur om een luchtvaartuig op afstand te bedienen, terwijl ze worden ingezet voor militaire, douane-, politie-, opsporings- en reddings-, brandbestrijdings-, grenscontrole-, kustbewakings- of soortgelijke activiteiten of diensten onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van een lidstaat, die in het algemeen belang worden verricht door of uit naam van een orgaan waaraan overheidsbevoegdheden zijn verleend, en het personeel en de organisaties die betrokken zijn bij de activiteiten en diensten die worden verricht door deze luchtvaartuigen;
- luchtvaartterreinen of delen daarvan, alsmede apparatuur, personeel en organisaties die worden beheerd en gebruikt door het leger;
- ATM/ANS, met inbegrip van de systemen en componenten, het personeel en de organisaties die beschikbaar worden gesteld door het leger;
Artikel 4 Bv [Beginselen voor maatregelen op basis van deze verordening]#
- Bij het nemen van maatregelen op basis van deze verordening moeten de Commissie, het Agentschap en de lidstaten,:
- rekening houden met de stand van de techniek en de beste praktijken op het gebied van de luchtvaart en met de wereldwijde ervaring op luchtvaartgebied en de wetenschappelijke en technische vooruitgang op de betreffende gebieden;
- voortbouwen op de beste beschikbare gegevens en analysen;
- het mogelijk maken onmiddellijk te reageren op vaststaande oorzaken van ongevallen, ernstige incidenten en intentionele inbreuken op de beveiliging;
- rekening houden met de onderlinge samenhang tussen de verschillende gebieden van de luchtvaartveiligheid, en tussen de luchtvaartveiligheid, cyberbeveiliging en andere technische domeinen van de luchtvaartregelgeving;
- waar mogelijk eisen en procedures vaststellen op basis van prestaties en te bereiken doelstellingen, waarbij verschillende mogelijkheden worden geboden om deze op prestaties gebaseerde doelstellingen te verwezenlijken;
- samenwerking en een efficiënt gebruik van hulpbronnen bevorderen tussen de autoriteiten op het niveau van de EU en de lidstaten;
- niet-bindende maatregelen nemen, met inbegrip van acties ter bevordering van de veiligheid, indien mogelijk;
- rekening houden met de internationale rechten en verplichtingen op het gebied van de burgerluchtvaart in de Unie en de lidstaten, waaronder die welke uit het verdrag van Chicago voortvloeien.
- De uit hoofde van deze verordening genomen maatregelen zijn afgestemd op en evenredig met de aard en het risico van elke specifieke activiteit waarop zij betrekking hebben. Bij het opstellen en uitvaardigen van dergelijke maatregelen houden de Commissie, het Agentschap en de lidstaten, voor zover passend voor de desbetreffende activiteit, rekening met:
- de vraag of andere personen dan de bemanning aan boord worden meegenomen, en met name of de vluchtuitvoering openstaat voor leden van het publiek;
- de mate waarin derde partijen of eigendommen op de grond in gevaar kunnen worden gebracht door de activiteit;
- de complexiteit, prestaties en operationele kenmerken van het luchtvaartuig in kwestie;
- het doel van de vlucht, het type luchtvaartuig en de aard van het gebruikte luchtruim;
- het type, de schaal en de complexiteit van de vluchtuitvoering of activiteit, met inbegrip van, voor zover relevant, de omvang en het type van het verkeer dat wordt afgehandeld door de verantwoordelijke organisatie of persoon;
- de mate waarin de personen die gevolgen ondervinden van de aan de vluchtuitvoering verbonden risico's, deze risico's kunnen beoordelen en controleren;
- de resultaten van certificerings- en toezichtsactiviteiten uit het verleden.
Hoofdstuk III [Materiële voorschriften]#
Afdeling II [Bemanning]#
Artikel 20 Bv [Essentiële eisen]#
Piloten en cabinepersoneel die betrokken zijn bij vluchtuitvoeringen met de in artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde luchtvaartuigen, niet zijnde onbemande luchtvaartuigen, alsmede vluchtnabootsingsinstrumenten, personen en organisaties die betrokken zijn bij de opleiding, toetsing, controle en medische keuring van die piloten en dat cabinepersoneel, moeten voldoen aan de essentiële eisen in bijlage IV.
Artikel 21 Bv [Toepassingsgebied]#
- Piloten moeten een bewijs van bevoegdheid als piloot en een passend medisch certificaat voor piloten voor de te verrichten vluchtuitvoering hebben, behalve in situaties waarin, ten gevolge van de vaststelling van de in artikel 23, lid 1, onder c), i), bedoelde uitvoeringshandelingen, en gelet op de doelstellingen en de beginselen bedoeld in de artikelen 1 en 4, en in het bijzonder op de aard en het risico van de betreffende activiteit, zulke bewijzen van bevoegdheid als piloot of medische certificaten niet verplicht worden gesteld.
- Het in lid 1 van dit artikel bedoelde bewijs van bevoegdheid als piloot wordt afgegeven op aanvraag, wanneer de aanvrager heeft aangetoond dat hij voldoet aan de in artikel 23 bedoelde uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld om te waarborgen dat de in artikel 20 bedoelde essentiële eisen worden nageleefd.
- Het in lid 1 van dit artikel bedoeld medisch certificaat wordt afgegeven op aanvraag, wanneer de aanvrager heeft aangetoond dat hij voldoet aan de in artikel 23 bedoelde uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld om te waarborgen dat de in artikel 20 bedoelde essentiële eisen worden nageleefd.
- In het bewijs van bevoegdheid als piloot en het medisch certificaat, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, wordt vermeld welke rechten aan de piloot worden verleend. Het bewijs van bevoegdheid als piloot en het medisch certificaat voor piloten kunnen overeenkomstig de in artikel 23, lid 1, onder c), bedoelde uitvoeringshandelingen worden gewijzigd om rechten toe te voegen of schrappen.
- Het bewijs van bevoegdheid als piloot en het medisch certificaat voor piloten, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kunnen worden beperkt, geschorst of ingetrokken, indien de houder niet meer voldoet aan de regels en procedures voor het afgeven en handhaven van een bewijs of een medisch certificaat in overeenstemming met de in artikel 23, lid 1, onder c), bedoelde uitvoeringshandelingen.
- Opleiding en ervaring in luchtvaartuigen die niet onder deze verordening vallen, kunnen worden erkend met het oog op het verkrijgen van het bewijs van bevoegdheid als piloot, bedoeld in lid 1 van dit artikel, overeenkomstig de in artikel 23, lid 1, onder c), iv), bedoelde uitvoeringshandelingen.
Artikel 23 Bv [Uitvoeringshandelingen ten aanzien van piloten en cabinepersoneel]#
- Met het oog op het waarborgen van de eenvormige uitvoering en naleving van de in artikel 20 bedoelde essentiële eisen stelt de Commissie met betrekking tot piloten die betrokken zijn bij de in artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde vluchtuitvoering met luchtvaartuigen, niet zijnde onbemande luchtvaartuigen, op basis van de in artikel 4 beschreven beginselen en met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen, uitvoeringshandelingen vast waarin nadere bepalingen worden vastgelegd met betrekking tot:
- de verschillende categorieën bewijzen van bevoegdheid als piloot en medische certificaten voor piloten als bedoeld in artikel 21, alsmede de verschillende bevoegdverklaringen voor die bewijzen van bevoegdheid als piloot, passend bij de verschillende soorten werkzaamheden die worden verricht;
- de rechten en verantwoordelijkheden van de houders van bevoegdheidsbewijzen voor piloten, bevoegdverklaringen en medische certificaten van piloten;
- de regels en procedures voor het afgeven, handhaven, wijzigen, beperken, schorsen of intrekken van bevoegdheidsbewijzen voor piloten, bevoegdverklaringen en medische certificaten van piloten met inbegrip van:
- de regels en procedures voor situaties waarin dergelijke bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen en medische certificaten niet vereist zijn;
- de regels en procedures voor het omzetten van nationale bewijzen van bevoegdheid als piloot en nationale medische certificaten van piloten in bewijzen van bevoegdheid als piloot en medische certificaten als bedoeld in artikel 21, lid 1;
- de regels en procedures voor het omzetten van nationale bewijzen van bevoegdheid als boordwerktuigkundige in bewijzen van bevoegdheid als piloot als bedoeld in artikel 21, lid 1;
- de regels en procedures voor het erkennen van de opleiding en ervaring in luchtvaartuigen die niet onder deze verordening vallen, met het oog op het verkrijgen van de in artikel 21, lid 1, bedoelde bewijzen van bevoegdheid als piloot.
Bijlage IV [Essentiële eisen voor vliegtuigbemanningen]#
1.1 Pilotenopleiding#
1.1. Algemeen#
Een persoon die wordt opgeleid om een luchtvaartuig te besturen moet in educatief, lichamelijk en mentaal opzicht voldoende zijn ontwikkeld om de relevante theoretische kennis en praktische vaardigheden te kunnen opdoen, onderhouden en aantonen.
1.2. Theoretische kennis#
- Een piloot moet een kennisniveau bereiken en onderhouden dat passend is voor de in het luchtvaartuig uit te voeren taken en dat in verhouding staat tot de risico's die verbonden zijn aan het type activiteit. Dergelijke kennis omvat ten minste het volgende:
- luchtvaartwetgeving;
- algemene kennis inzake luchtvaartuigen;
- technische zaken die verband houden met de betreffende categorie van luchtvaartuigen;
- vluchtprestaties en -planning;
- menselijke prestaties en beperkingen;
- meteorologie;
- navigatie;
- operationele procedures, inclusief middelenbeheer;
- vluchtbeginselen;
- communicatie, en
- niet-technische vaardigheden, met inbegrip van het herkennen en beheersen van bedreigingen en fouten.
1.3. Aantonen en onderhouden van theoretische kennis#
1.3.1
Het opdoen en onderhouden van theoretische kennis moet worden aangetoond aan de hand van voortdurende evaluaties tijdens de opleiding en, waar van toepassing, door middel van examens.
1.3.2
Er moet een passend niveau van bekwaamheid in theoretische kennis worden gehandhaafd. De overeenstemming met deze eis wordt aangetoond door middel van regelmatige evaluaties, examens, tests of controles. De regelmaat waarmee deze examens, tests of controles worden uitgevoerd, moet in verhouding staan tot het risiconiveau van de activiteit.
1.4. Praktische vaardigheden#
- Een piloot moet de praktische vaardigheden verwerven en onderhouden die passend zijn voor zijn taken in het luchtvaartuig. Dergelijke vaardigheden moeten in verhouding staan tot de risico's die verbonden zijn met het type activiteit en moeten, naargelang de taken die in het luchtvaartuig worden uitgevoerd, het volgende omvatten:
- activiteiten vóór en tijdens de vlucht, waaronder bepaling van prestaties van het luchtvaartuig, bepaling van massa en zwaartepunt, inspectie en onderhoud van het luchtvaartuig, brandstof-/energieplanning, weerkundige beoordeling, routeplanning, luchtruimbeperkingen en beschikbaarheid van start- en landingsbanen;
- bewegingen op het luchtvaartterrein en in het circuit;
- voorzorgsmaatregelen en procedures ter voorkoming van botsingen;
- controle van het luchtvaartuig door middel van externe visuele referentie;
- vliegmanoeuvres, ook in kritieke situaties, en bijbehorende herstelmanoeuvres, voor zover technisch uitvoerbaar;
- normale en zijwindse start en landing;
- vliegen op uitsluitend instrumenten, naargelang het type activiteit;
- operationele procedures, waaronder teamvaardigheden en middelenbeheer, naargelang het type vluchtuitvoering, met een- of meerpersoonsbemanning;
- navigatie en toepassing van luchtvaartvoorschriften en bijbehorende procedures, met gebruik van, voor zover van toepassing, visuele referentie- of navigatiehulpmiddelen;
- abnormale en noodhandelingen, ook naar aanleiding van gesimuleerde defecten aan de apparatuur van het luchtvaartuig;
- samenwerking met luchtverkeersdiensten en naleving van communicatieprocedures;
- aspecten die specifiek zijn voor het type luchtvaartuig of de klasse luchtvaartuigen;
- aanvullende training in praktische vaardigheden die vereist kunnen zijn om de risico's in verband met specifieke activiteiten te verkleinen, en
- niet-technische vaardigheden, met inbegrip van het herkennen en beheersen van bedreigingen en fouten, met gebruikmaking van een goede beoordelingsmethode in samenhang met de beoordeling van de technische vaardigheden.
1.5. Aantonen en onderhouden van praktische vaardigheden#
1.5.1
- Een piloot moet aantonen dat hij in staat is de procedures en manoeuvres uit te voeren met een mate van bekwaamheid die passend is voor de taken die in het luchtvaartuig worden uitgeoefend, door:
- vluchten uit te voeren binnen de beperkingen van het luchtvaartuig;
- blijk te geven van goed inzicht en vliegerschap;
- luchtvaartkundige kennis toe te passen;
- te allen tijde het luchtvaartuig onder controle te houden zodat de succesvolle afloop van een procedure of manoeuvre is verzekerd, en
- niet-technische vaardigheden, met inbegrip van het herkennen en beheersen van bedreigingen en fouten, met gebruikmaking van een goede beoordelingsmethode in samenhang met de beoordeling van de technische vaardigheden.
1.5.2
Er moet een passend niveau van bekwaamheid in praktische vaardigheden worden gehandhaafd. De overeenstemming met deze eis wordt aangetoond door middel van regelmatige evaluaties, examens, tests of controles. De regelmaat waarmee deze examens, tests of controles worden uitgevoerd, moet in verhouding staan tot het risiconiveau van de activiteit.
1.6. Taalvaardigheid#
- Een piloot moet over de taalvaardigheid beschikken die passend is voor de taken die in het luchtvaartuig worden uitgeoefend. Deze vaardigheid houdt in dat de piloot in staat is om:
- documenten met weerkundige informatie te begrijpen;
- luchtvaartkundige routekaarten, vertrek- en aankomstkaarten en bijbehorende documenten met luchtvaartinlichtingen te gebruiken, en
- tijdens alle fasen van de vlucht, ook tijdens de voorbereiding, te communiceren met andere leden van het cockpitpersoneel en met luchtvaartnavigatiediensten in de taal die wordt gebruikt voor radiocommunicatie tijdens de vlucht.