Ga naar inhoud

Wettenbundel#

Deze wettenbundel bevat relevante wetgeving uit het strafrecht en publiekrecht, daarmee wordt verwacht dat enkel de wetten in deze bundel worden betrokken m.b.t. deze twee rechtsgebieden.

Het staat in de Kamer van Koophandel ingeschreven ondernemingen vrij om afspraken te maken gebaseerd op wetgeving uit het verbintenissenrecht (contracten, overeenkomsten, etc.), voor zover er niet voorzien wordt door wetgeving binnen deze wettenbundel.

Grondbeginselen voor opsporingsambtenaren#

Deze grondbeginselen vormen de basis voor een integer strafproces en bevatten bepalingen van meerdere wetboeken binnen deze bundel samen met beleidsregels van overheidsinstanties en afspraken tussen leidinggevenden van deze instanties.

Deel 1 - Basis#

  1. Deze grondbeginselen dienen te allen tijden nageleefd te worden.
  2. Bezwaren over de naleving van de grondbeginselen worden getoetst door:
    1. De rechter, indien het een zaak betreft die aan de rechter wordt/is voorgelegd;
    2. De (hulp-) officier van justitie;
    3. De hoogste in rang die op dat moment in de stad is, indien geen (hulp-) officier van justitie beschikbaar is.
  3. De maximale strafmaat bedraagt:
    1. 80 maanden voor de algemeen opsporingsambtenaar (een politieagent), artikel 369a WvSv;
    2. 120 maanden voor de officier van Justitie, artikel 369b WvSv;
    3. 180 maanden voor de politierechter, artikel 369 WvSv.
    4. 360 maanden voor de meervoudige kamer.

Deel 2 - Mededeling van de rechten#

De mededeling van rechten die in dit deel van de grondbeginselen worden beschreven hoeven niet woord voor woord overeen te komen met wat in deze grondbeginselen staat, zolang de mededeling van de opsporingsambtenaar niet tekortkomt in het informeren van de verdachte over de relevante rechten.

2.1 Bij aanhouding#

Bij aanhouding hoort de verdachte op de hoogte gesteld te worden van de reden van aanhouding.

2.2 Vooraf aan verhoor#

Vooraf aan ieder verhoor dient de ondervraagde te horen dat deze:

  1. Niet tot antwoorden verplicht is;
  2. Wel of niet aangemerkt wordt als verdachte;
  3. Het recht heeft op een advocaat ter consultatie en/of bijstand in het verhoor;
  4. Het recht op vertolking of vertaling, indien nodig.

2.3 Rechten bij de behandeling van een strafrechtelijk proces en inverzekeringstelling#

Vooraf aan de behandeling van de strafrechtelijke zaak dient de verdachte op de hoogte gesteld te worden van het recht op een advocaat.

De verdachte (of zijn gemachtigde) kan zich tijdens het proces of in geval van inverzekeringstelling op de volgende rechten beroepen, echter hoeft deze in beginsel niet op de hoogte gesteld te worden van de hierna opgesomde rechten (tenzij a).

  1. Ondergebracht onder het recht op informatie:
    • Het recht op vertolking en vertaling;
    • Het recht op informatie over de beschuldiging;
    • Het recht op toegang tot de stukken van het dossier;
  2. De rechten die voortvloeien uit: