Ga naar inhoud

Wet Luchtvaart#

Hoofdstuk 1 [Inleidende bepalingen]#

Titel 2.2 [EASA]#

Artikel 1.6 Wlv [Verbodsbepaling basisverordening]#

Het is verboden in strijd te handelen met bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald.

Hoofdstuk 2 [Personeel]#

Titel 2.2 [Algemene gezondheidstoestand); verbod gebruik alcohol, drugs en psychotrope geneesmiddelen]#

Artikel 2.11 Wlv [Gezondheidstoestand]#

Het is de houder van een bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling verboden werkzaamheden, tot het verrichten waarvan dat bewijs de bevoegdheid geeft, te verrichten wanneer de houder daardoor in verband met zijn lichamelijke of geestelijke gesteldheid de veiligheid van het luchtverkeer in gevaar brengt of in gevaar kan brengen.

Artikel 2.12 Wlv [Alcohol verbodsbepaling]#

  1. Het is een lid van het boordpersoneel verboden werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te verrichten, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijze moet weten, dat het gebruik daarvan — al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof — de vaardigheid voor het verrichten van die werkzaamheden kan verminderen, dat hij niet in staat moet worden geacht die werkzaamheden naar behoren te verrichten.
  2. Het is een lid van het boordpersoneel verboden werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te verrichten, indien hij binnen de tien daaraan voorafgaande uren alcoholhoudende drank heeft gebruikt.
  3. Het is een lid van het boordpersoneel verboden werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te verrichten na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat:
    1. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan negentig microgram (90 μg) alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel
    2. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan eenvijfde milligram (0,2 mg) alcohol per milliliter bloed.
  4. Het is een lid van het boordpersoneel verboden werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te verrichten gedurende de tijd, waarvoor een rijverbod als bedoeld in artikel 162, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 geldt.
  5. Het is verboden een lid van het boordpersoneel van wie men weet of redelijkerwijs moet weten, dat deze verkeert in een toestand, als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of in het eerste of derde lid van dit artikel, werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te doen verrichten.

Hoofdstuk 11 [Toezicht en handhaving]#

Titel 11.1 Toezicht en strafrechtelijke handhaving#

Artikel 11.9 [Strafbepalingen overtredingen]#

  1. Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van ten hoogste de derde categorie wordt gestraft degene, die
    1. vervallen;
    2. vervallen;
    3. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 1.6 zijn aangewezen als overtreding.
  2. De in het eerste lid van dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

Artikel 11.10 [Strafbepalingen misdrijven]#

  1. Met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van ten hoogste de vierde categorie wordt gestraft degene, die
    1. handelt in strijd met de artikelen
      1. vervallen;
      2. 2.12;
    2. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald, voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 1.6 zijn aangewezen als misdrijf en het gaat om gelijksoortige voorschriften als bedoeld in onderdeel a;
  2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.