Ga naar inhoud

Begrippenlijst#

Op deze pagina staan woorden die vaak voorkomen in de Ryft-wetgeving. De uitleg is kort. De gelinkte officiële artikelen blijven leidend.

Aangever#

De persoon die bij een opsporingsambtenaar meldt dat een strafbaar feit is gebeurd. Iedereen die weet van een strafbaar feit mag aangifte doen. Artikel 161 WvSv

Aanhouding#

Een verdachte wordt van zijn vrijheid beroofd en naar een plaats voor verhoor gebracht. Bij ontdekking op heterdaad mag iedereen een verdachte aanhouden. Een burger moet de verdachte direct aan de politie overdragen. Artikel 53 WvSv

Binnentreden#

Een plaats of woning binnengaan. Voor een woning zonder toestemming van de bewoner gelden extra voorwaarden, zoals legitimatie en meestal een schriftelijke machtiging. Binnentreden is niet hetzelfde als gericht doorzoeken. Artikelen 1 en 2 Awbi

Cautie#

De mededeling aan een verdachte dat die niet hoeft te antwoorden. De politie moet dit vóór het verhoor zeggen en in het proces-verbaal opnemen. Artikel 29 WvSv

Doorzoeken#

Gericht zoeken op een plaats of in een voorwerp. De juiste bevoegdheid hangt af van het doel en de omstandigheden. Alleen ergens naar binnen mogen, geeft niet vanzelf de bevoegdheid om alles te doorzoeken. Artikelen 96 tot en met 110 WvSv

Fouilleren#

Een verzamelwoord voor onderzoek aan kleding, voorwerpen of het lichaam. De wet kent verschillende soorten onderzoek. Iedere soort heeft een eigen doel, voorwaarden en beslisser. Artikel 7 Politiewet 2012

Getuige#

Iemand die vertelt wat die zelf heeft gezien, gehoord of meegemaakt. Een getuige is niet hetzelfde als een verdachte. Ontstaat tijdens het gesprek een verdenking, dan moet de politie de nieuwe rol en rechten uitleggen. Artikel 27d WvSv

Heterdaad#

Een strafbaar feit wordt ontdekt terwijl het gebeurt of direct daarna. De precieze afbakening staat niet als aparte definitie in de huidige Ryft-bundel. Dit begrip is daarom een juridisch reviewpunt. De gevolgen voor aanhouding staan in artikel 53 WvSv.

Inbeslagname#

Een bevoegd persoon neemt een voorwerp onder zich voor het strafrechtelijk onderzoek. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn om de waarheid te vinden of om later over het voorwerp te beslissen. De betrokkene krijgt een kennisgeving en zoveel mogelijk een bewijs van ontvangst. Artikel 94 WvSv

Maatregel#

Een mogelijke uitkomst van een strafzaak die juridisch iets anders is dan een straf. De Ryft-bundel noemt onder meer onttrekking van voorwerpen aan het verkeer en het afnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Artikelen 36b tot en met 36e WvSr

Onderzoek aan kleding#

Het onderzoeken van kleding. Een veiligheidsfouillering gebeurt door oppervlakkig aftasten. Een strafvorderlijk onderzoek aan kleding heeft andere voorwaarden. Artikel 20 Ambtsinstructie en artikel 56 WvSv

Openbaar Ministerie#

De organisatie die na het opsporingsonderzoek beslist of vervolging plaatsvindt. Het Openbaar Ministerie wordt vaak afgekort tot OM. Artikel 167 WvSv

Opsporingsambtenaar#

Een functionaris die strafbare feiten mag opsporen. Artikel 141 noemt onder meer officieren van justitie en politieambtenaren die voor de politietaak zijn aangesteld. Artikel 141 WvSv

Opzet#

Een vorm van schuld waarbij iemand bewust handelt. De huidige Ryft-bundel gebruikt dit woord vaak, maar geeft geen algemene definitie. De precieze betekenis is daarom een juridisch reviewpunt.

Redelijk vermoeden#

Concrete feiten of omstandigheden moeten aanleiding geven om iemand van een strafbaar feit te verdenken. Alleen een vaag gevoel is niet genoeg. Artikel 27 WvSv

Slachtoffer#

De persoon die door een mogelijk strafbaar feit is geraakt. Een slachtoffer kan ook aangever zijn, maar dat hoeft niet. De huidige Ryft-bundel geeft geen algemene definitie; dit is een juridisch reviewpunt.

Staandehouding#

Een opsporingsambtenaar houdt een verdachte kort tegen om diens identiteit vast te stellen. Dit is niet hetzelfde als een aanhouding. Artikel 52 WvSv

Strafmaximum#

De hoogste straf die volgens een wettelijke bepaling mogelijk is. De echte straf kan lager zijn. Ook kan de bevoegdheid van de beslissende functionaris een lagere grens hebben. Artikelen 369 tot en met 369b WvSv

Verdachte#

Iemand tegen wie concrete feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld opleveren. Na het begin van de vervolging is de persoon tegen wie die vervolging loopt de verdachte. Artikel 27 WvSv

Verhoor#

Een gesprek waarin een opsporingsambtenaar vragen stelt om een verklaring te krijgen. Voor een verdachte gelden onder meer het zwijgrecht en het recht op juridische bijstand. Artikelen 28 en 29 WvSv

Voorhanden hebben#

Een juridisch begrip dat in de wapen- en drugswetgeving voorkomt. De huidige Ryft-bundel geeft geen algemene definitie. Of iemand iets voorhanden heeft, hangt af van de feiten. Dit is een juridisch reviewpunt.

Wederrechtelijk#

In strijd met het recht. De precieze betekenis hangt af van het artikel en de feiten. De huidige Ryft-bundel geeft geen algemene definitie; dit is een juridisch reviewpunt.

Zwijgrecht#

Een verdachte hoeft vragen over het mogelijke strafbare feit niet te beantwoorden. De plicht om mee te werken aan het vaststellen van de identiteit blijft daarvan losstaan. Artikel 29 WvSv